logo Cultuurhistorisch Centrum De Tiid

Vaccineren: ja of nee?

De discussie rondom vaccineren en vaccinatiebewijzen is niet alleen van nu, ook in de tijd van de pokken waren er voor- en tegenstanders. 

In het najaar van 2019 kwamen de eerste berichten naar buiten over het Corona-virus. Al snel bleek dat het virus zich razendsnel verspreidde, en mensen erg ziek kan maken. Vanaf februari dit jaar kunnen mensen worden gevaccineerd. Een gegeven wat van belang is om het virus te bestrijden en in te dammen. Vaccinatiebewijzen kunnen worden aangemaakt, en de maatregelen verdwijnen langzaam maar zeker. Velen hebben dan ook uitgekeken naar het moment dat het vaccineren kon gaan beginnen. Echter, er zijn ook mensen die met argwaan het hele gebeuren toeschouwen, en hun ongenoegen uitten op het internet. Soms lijkt het alsof dit de eerste keer is dat een virus mensen zo in zijn greep heeft, en zorgt voor verdeelde meningen over het vaccineren. Toch is er al langer een wantrouwende en kritische kijk op vaccineren, zo ook in de tijd van de pokken.

Pokken

Pokken was een buitengewoon besmettelijke en dodelijke ziekte wat veroorzaakt werd door het pokkenvirus en heeft de mensheid jarenlang geteisterd. Het is een virus wat door de eeuwen heen op verschillende continenten veel slachtoffers maakte. Naar schatting gingen er in de 18e eeuw alleen in Europa al 400.000 mensen dood aan de pokken. De epidemische ziekte kwam al in de middeleeuwen voor en kwam vaak in golven terug zelfs tot in de 20e eeuw.

Variolatie

Het werd voor velen duidelijk dat er iets moest gebeuren om het virus te bestrijden. Zo rond de 15e eeuw kregen de Chinezen door dat wanneer iemand de pokken had gehad, en het overleefde, zij meestal de ziekte niet voor een tweede keer konden krijgen. Hierdoor begonnen ze te experimenteren met de korsten van de blaasjes of pus van de besmette personen, die gedroogd werden en met een pijpje in de neus van kinderen werd geblazen of in een kleine incisie in hun arm geplaatst werden. Dit zorgde er voor dat de kinderen een mildere en minder gevaarlijke vorm van de pokken kregen. Door deze procedure te ondergaan waren ze meestal beschermd tegen een volgende infectie met de pokken. Deze techniek werd variolatie of inoculatie genoemd, en verspreidde zich naar het Midden-Oosten en later ook naar Europa.

Edward Jenner

Edward Jenner was een Engelse plattelandsarts en ontwikkelde eind achttiende eeuw een vaccin tegen de pokken. Jenner toonde de nauwe verwantschap tussen koeien-, paarden-, en mensenpokken aan en ontdekte dat hij mensen immuun kon maken voor de pokken door hen te besmetten met het koepokvirus. Het viel hem namelijk op dat melksters vaak pokken-littekens in hun handpalmen hadden, maar vrijwel altijd een ongeschonden gelaat. Deze aandoening noemde men de koepokken en kwam voort uit contact met ontstoken koeienuiers. Dat we inentingen tegen verscheidene ziekten tegenwoorden ‘vaccins’ noemen komt door Jenner. Het woord vaccin is namelijk afgeleid van de Latijnse medische benaming voor het koepokkenvirus: vaccinia.

Vaccinatiebewijs

In het archief hebben wij documenten die informatie bevatten over die tijd. Lijsten van gevaccineerde mensen, registers van inentingen en ook vaccinatiebewijzen uit verschillende voormalige gemeenten in Súdwest-Fryslân. Doordat er zoveel slachtoffers vielen door het virus besloot ook koning Lodewijk Napoleon in 1808 de inenting weer voor schoolgaande kinderen verplicht te stellen en werden er allerlei campagnes opgezet om de inentingen te promoten. Om naar school te mogen was het nodig om een bewijs van een vaccinatie te kunnen laten zien, dit werd ook wel het pokkenbriefje genoemd. Ouders die hun kinderen niet wilden inenten konden vanaf dat moment niet meer op school terecht en moesten zorgen voor thuisonderwijs. Met een verplichte vaccinatie wilde de overheid het aantal slachtoffers drastisch verminderen. De inenting bewees zijn nut, het aantal besmettingen en doden daalde, maar was ook niet geheel zonder gevaren. Sommige kinderen werden na een inenting ernstig ziek, en bezweken aan de bijwerkingen.

Verzet tegen vaccinatieplicht

Niet iedereen was het eens met de verkapte vaccinatieplicht voor schoolgaande kinderen. In 1857 werd de plicht dan ook afgeschaft onder druk van verschillende christelijke partijen. Toch kwam er in 1870 weer een nieuwe pokkenuitbraak, die aan circa 23.000 mensen het leven kostte. Hiertoe werd besloten om de inenting weer te verplichten en mochten kinderen alleen naar school als ze een vaccinatiebewijs konden leveren. In het archief hebben wij van deze vaccinatiebewijzen, te zien op bovenstaande afbeelding zijn vaccinatiebewijzen uit 1871 van de gemeente Baarderadeel. 

Wantrouwen en kritiek

Net zoals er op dit moment een groep mensen is die wantrouwend kijkt naar het vaccineren, en kritiek leveren op de gang van zaken, was dat toen niet anders. Mensen vonden het geen goed idee om gezonde kinderen tegen de pokken in te enten, tegenstanders van het vaccin vonden het verwerpelijk om een gezond lichaam ziek te maken. 

In 1823 bracht de Amsterdamse onderwijzer en arts Abraham Capadose het boek ‘Bestrijding der Vaccine’ op de markt. Hij beschreef zijn bezwaren tegen het vaccin en de verplichting van het vaccineren. Zijn bezwaren waren religieus gemotiveerd. Hij was van mening dat het vaccineren getuigde van wantrouwen ten opzichte van God. Maar er was ook tegengeluid zonder religieuze achtergrond. Zo bestempelde de beroemde dichter Willem Bilderdijk de vaccinatie bijvoorbeeld aan als teken van ‘verdierlijking’. In 1881 werd de ‘Bond tegen de Vaccinatiedwang’ opgericht, met als voorzitter Levinus Wilhelmus Christiaan Keuchenius, tevens Tweede Kamerlid namens de Anti-Revolutionaire Partij.

Inentingenwet 1939

Het verplichten van het vaccineren was een komen en gaan, in 1928 werd de verplichte vaccinatie voor drie jaar opgeschort. Dit was naar aanleiding van de acties van gewetensbezwaarden, maar ook door kritische geluiden uit de medische hoek. Er werd gewezen op de bijwerkingen van het vaccin, die voor sommigen gevaarlijk konden zijn. 

In 1939 werd de inentingswet aangenomen, waarbij de gewetensbezwaarden in acht werden genomen. De inentingswet van 1939 bepaalt dat ouders en voogden vanaf de vierde maand van een kind door de gemeente een brief toegezonden krijgt om hen er op te wijzen dat, voordat het kind de leeftijd van één jaar heeft bereikt ingeënt is tegen pokken en hiervan bewijs te leveren of een verklaring waarin duidelijk wordt gemaakt waarom er gekozen is om het kind niet in te enten.

In ons archief van de voormalige gemeente Wonseradeel hebben wij enkele stapels met deze vaccinatiebewijzen die behoren bij de inentingswet van 1939, te zien op onderstaande afbeeldingen.

 

Bronnen:
1. Digibron Inentingswet 1939

2. Historiek - Pokkenbriefje

3. Historisch nieuwsblad 

4. Jan A.M. van Eijck, conservator museum de dorpsdokter dokter

5. Algemeen Dagblad 

 

Cultuurhistorisch Centrum De Tiid maakt gebruik van Erfgoednet 3.0 een product van Picturae