logo Cultuurhistorisch Centrum De Tiid

Willem van Oranje vroeg Sneek om hulp

In het archief van de voormalige gemeente Sneek, bevindt zich een bijzondere brief van de Vader des Vaderlands Willem van Oranje (1533-1584). Hierin riep hij de magistraat van Sneek op om zijn steun te verlenen aan Steenwijk.

Beleg van Steenwijk

Gedurende de 80-jarige oorlog, die duurde van 1568 tot 1648, viel de Spaansgezinde George van Lalaing, beter bekend als de graaf van Rennenberg, met een leger van ruim 6000 soldaten en nog eens 1200 ruiters Steenwijk aan. De inwoners van Steenwijk hadden de velden rond de stad niet onder water kunnen zetten, omdat het al tijden droog was, waardoor het water in de rivieren laag stond. De beschietingen van november in dat jaar vernietigde een zeventigtal woningen en vormden een ware beproeving voor de inwoners van de stad en de kleine verdedigingsmacht van slechts 600 soldaten. Het duurde tot december voordat er hulp kwam van het Staatse leger onder leiding van de Engelse overste John Norritz.

Slecht weer

Doordat de belegering in de winter plaatsvond, hadden de belegeraars en belegerden last van het koude weer. De stadsgracht en de Vledder Aa vroren diverse keren dicht. Dit leverde voor- en nadelen op. Zo zakten op 17 december meerdere soldaten van Rennenberg door het ijs. Daarentegen konden op 17 januari ruiters de Vledder Aa oversteken via het ijs. Op 23 februari 1581 gaf graaf Rennenberg, inmiddels zelf zwaar ziek geworden, zijn beleg op, waarmee Steenwijk de belegering doorstond. (bron: Wikipedia)

Pest

De brief die in ons archief zit dateert van 23 maart, een maand later dus. Waarom vroeg Willem van Oranje dan toch steun aan Sneek? Welnu, in de eerste plaats was Steenwijk strategisch van belang voor Noord-Nederland en zeker ook voor Sneek. Maar behalve de honderden soldaten die stierven tijdens de gevechten, kwamen er ook honderden burgers om het leven door het uitbreken van de pest in dezelfde periode. Toen hij  kennis nam van de tragische gevolgen voor het dappere Steenwijk nam hij het besluit om de brief te schrijven.

De volledige tekst van de brief 

De Prince van Oraengiën Grave van Nassau en Lieutenant Qual etc

Edele, Eersame, Discrete, Lieve, Bezundere, Ghij luijden sult verstaen door ‘t geene de gedeputeerden der naerdere geunieerde provincien alhier wezende aen U luijden jegens vordig sijn serijvende en welck zij ons hebben gecomunniceert, een repartitie bij ons en de henlieden gemaeckt tot behouw der goeden stadt Steenwijck onder den naestliggen steden als den geenigen die voor aemptelijck aen de verzeckerheijt derzelve stede gelegen is, volgende de copije die de voorschreven gecumieerde u luijden tot dijen eijnde zijn over deijndende Behalvene welcke serijven, wij nijet en hebben willen laten U Luijden desen te seijnden, begevende der halven geen swaricheijt te willen indecken ende dat te meer U uijt aenschouw der voorschreven Stadt Steenwijck en waeroff U luijden de staet en de sijck d’ importantie genoech is bekendt, ende was dezelve voor de gemeene saecke gelden ende verdragen heeft, ende de vromicheijt ende stantvasticheijt, die zij wegens de gemeijne vijant heeft gebruijckt zulen dat de redene is verheijsschende dat ’t zelve werdde bekendt ende dat zij in haer noot ende behouttlijcheijt werdde geassissteert ende geholpen, soo mij ons vertrouwen dat ghij lieden U hier inne behoirlijck zult quijten hiermede

Edele, Eersame, Discrete, Lieve, Bezundere, sijt gode bevolen, Uijt Amsterdam den 23 martij 1581

Uluijder zeer goede Vrient, … Guille de Nassau

Cultuurhistorisch Centrum De Tiid maakt gebruik van Erfgoednet 3.0 een product van Picturae